In deel 1 schreven we over aandacht die van buitenaf wordt opgeëist, door meldingen, verwachtingen en de gewoonte om continu “aan” te staan. We deelden toen ook waarom we deze reeks zijn gestart: niet omdat we bij Academycoaching het perfecte antwoord hebben, maar omdat we aandacht steeds meer zien als een vaardigheid die je kunt trainen, en die in deze tijd misschien wel een van de belangrijkste is die er is. Door onze eigen ervaringen en worstelingen te delen, hopen we anderen te helpen zien waar hun aandacht eigenlijk naartoe gaat.

In dit tweede deel pakt onze collega Joost, een andere kant van datzelfde thema op. Waar het in deel 1 vooral ging over afleiding die van buitenaf komt, zoals een melding, een appje of een collega, gaat het bij Joost over de afleiding in zijn eigen hoofd. Het hoofd dat alvast bij de volgende taak is, of blijft hangen bij iets van gisteren. Zijn leraar daarin is geen boek of training, maar zijn zoontje van twee. Zonder één woord laat die hem merken wanneer zijn papa er wel fysiek is, maar met zijn aandacht al deels ergens anders.

Deel 2 van Joost over zijn aandacht

Aandacht is een dagelijks terugkerend thema in mijn leven. Eigenlijk begint het al zodra ik ’s ochtends wakker word en mijn zoontje van twee uit bed haal. Hij laat heel snel weten als ik er met mijn aandacht niet helemaal bij ben. Zo merkt hij meteen op als ik met mijn hoofd al bezig ben met wat ik die dag allemaal moet doen. Of wanneer ik nog ergens over nadenk wat gisteren is gebeurd. Dan krijg ik eigenlijk heel directe feedback. Zonder dat hij het letterlijk zegt, is zijn boodschap duidelijk: “Papa, hier ben ik. Ik wil je aandacht.”

In deze fase van mijn leven leert hij mij daarmee een hele belangrijke les: ik kan maar op één plek tegelijk echt aanwezig zijn. Mijn gedachten trekken mij regelmatig naar het verleden of de toekomst. Ik kan me druk maken over een presentatie die ik nog moet geven of blijven nadenken over een training die niet zo lekker liep. Op zo’n moment ben ik fysiek hier, maar met mijn aandacht ergens anders.

Wat mij helpt, is eerst opmerken dat dit gebeurt. Niet proberen die gedachten weg te duwen, maar ze herkennen voor wat ze zijn: gedachten. Acceptance and Commitment Therapy (ACT) noemt dit defusie: leren om gedachten te zien als gedachten, in plaats van er automatisch in mee te gaan. Daardoor ontstaat er ruimte om opnieuw te kiezen waar ik mijn aandacht aan wil geven.

En juist daar zit voor mij een belangrijk punt. Gedurende een dag komen er honderden, misschien wel duizenden momenten voorbij waarop mijn aandacht ergens naartoe kan gaan. Naar een appje. Naar mijn mail. Naar een melding. Naar een collega die iets vraagt. Naar iets wat ik nog moet doen. Naar iets wat al gebeurd is. De vraag is dan: kies ik waar mijn aandacht naartoe gaat, of wordt mijn aandacht steeds voor mij gekozen?

Natuurlijk kan ik onmogelijk iedere keuze gedurende de dag bewust maken. Dat zou op zichzelf alweer een enorme belasting zijn. Maar het bewust worden van mijn aandacht laat mij wel zien hoeveel invloed en autonomie ik eigenlijk heb. Moet ik mijn mail nu openen? Moet ik mijn telefoon erbij pakken? Kan ik tijdens een gesprek mijn telefoon even laten liggen en écht luisteren? Of kan ik, wanneer er even niets gebeurt, die leegte gewoon laten bestaan?

Dat vind ik misschien wel het meest interessante aan aandacht: waar ik mijn aandacht aan geef, bepaalt voor een groot deel hoe ik mijn dag ervaar. En uiteindelijk misschien zelfs hoe mijn leven voelt. Aandacht is daarmee niet oneindig. Tijd ook niet. Wat ik vandaag niet bewust heb meegemaakt, kan ik morgen niet opnieuw beleven.

Dat betekent overigens niet dat ik hier inmiddels heel goed in ben. Integendeel. De ene dag lukt het beter dan de andere. Soms ben ik heel bewust aanwezig en soms merk ik achteraf dat ik alweer van alles tegelijk aan het doen was. Het gaat met vallen en opstaan. Een stap achteruit en vervolgens weer twee vooruit. Mijn zoontje helpt mij daar onbewust iedere dag aan herinneren. Soms met een vraag, soms met een blik en soms gewoon door heel duidelijk te laten merken: “Papa, ik ben hier.”

En misschien is dat voor mij uiteindelijk waar aandacht over gaat. Niet over altijd geconcentreerd, bewust of mindful zijn. Maar over steeds opnieuw kunnen terugkeren naar wat er op dit moment werkelijk toe doet. Want aandacht is misschien wel het nieuwe goud. En soms heb je alleen maar een tweejarige nodig om je eraan te herinneren waar je het aan wilt uitgeven.