De eerste jaren van een loopbaan krijgen veel aandacht. Onboarding, traineeships, 1-op-1 begeleiding, een introductieprogramma, iemand die regelmatig vraagt hoe het gaat. Logisch, want in die fase moet iemand nog landen. Maar na een jaar of vijf wordt die aandacht meestal minder, alsof landen klaar is en de rest zichzelf wel redt. Terwijl de vraag die iemand in het begin had, namelijk; klopt dat nog met wat ik wil en belangrijk vind, niet verdwijnt.

Bij een young professional gaat het om wennen en aansluiten. Hoe werkt dat professionele leven eigenlijk? Op welke manier past werk in mijn leven? Hoe verhoud ik mij tot deze organisatie, dit tempo, deze verwachtingen. Bij iemand die er al jaren zit, verschuiven de vragen naar iets ongemakkelijkers: accepteren of loslaten. En daar zit het verschil. Een young professional die ergens tegenaan loopt, zegt dat meestal nog hardop, soms iets te hard zelfs. Iemand die al jaren meedraait, is daar anders in geworden. Hij is gewend geraakt. Aan de cultuur, aan het tempo, aan een rol die misschien niet meer helemaal past. En gewenning doet iets geks: ze maakt mensen milder voor zichzelf. Wat eerst nog stoorde, wordt geaccepteerd, en wat niet meer werkt, wordt niet meer uitgesproken.

Dat maakt het ook lastiger te zien. Een young professional die vastloopt, spreekt zich misschien uit of je ziet het terug in verzuim of verloop. Een ervaren professional die vastloopt, zie je minder snel. Ze houden langer vol en incasseren het ongemak. Die blijft gewoon presteren, deadlines halen, prettig in de omgang zijn. Precies dat maakt het relevant om alert op te blijven, want stilte is niet hetzelfde als tevredenheid. Nu wil ik niet direct wijzen naar de leidinggevende want de medewerker ziet het zelf misschien ook niet meer. Maar voor beide is wel een frisse blik nodig.

Tot nu toe hoor ik met name dat verwacht wordt dat dit besproken wordt in een functioneringsgesprekken. Maar daar zit de valkuil van het functioneringsgesprek. Dat gaat vaak over resultaat, en resultaat is precies waar iemand nog prima op scoort die geaccepteerd heeft. Je vraagt dus naar het enige dat niet laat zien wat een blinde vlek is geworden. Wat wel werkt, is simpeler: een gesprek zonder agenda. Niet alleen over het werk, maar over de persoon. Welke gewoontes zijn er ingeslopen zonder dat ze bewust gekozen zijn. Waar accepteer je iets omdat het makkelijker is dan het uit te spreken. Stel die vraag en doe daarna even niets. Leun achterover, het antwoord komt vaak pas later.

Juist de collega over wie je je minder zorgen maakt of minder opvalt, is degene bij wie dit gesprek veel oplevert. Plan het dus niet pas wanneer iemand vastloopt. Wanneer heb jij met die frisse blik naar werk gekeken?